Boomfeestdag Postpakket

Welkom op doe-het-zelf pagina van het Boomfeestdag Postpakket! Het pakket heb je ontvangen als onderdeel van het Boomfeestdag-Rotary lespakket of Spreekbeurt Pakket. Na het uitdelen van het lesmateriaal in het Boomfeestdag-Rotarypakket of het geven van je spreekbeurt is de doos leeg achtergebleven..., maar niet getreurd! Deze pagina staat boordevol leuke toepassingen en spelletjes die je met de doos kan spelen, dus pak je knutselspullen er maar snel bij.

Memory

De rondjes kan je meerdere keren gebruiken

Geschikt voor 

- 2-8 spelers

Wat heb je nodig?

- een schaar

Hoe werkt het? 

Laat de leerlingen eerst alle kleine rondjes die op het op postpakket staan uit. Er zijn in totaal 42 kleine rondjes. Dat betekent dat er 21 sets van twee dezelfde plaatjes zijn.

Hussel de rondjes goed door elkaar als ze allemaal zijn uitgeknipt en leg deze daarna met het plaatje naar beneden op tafel neer. Laat een of meerdere leerlingen met een vriendje of vriendinnetje een team vormen, zodat er twee teams van totaal vier spelers of meerdere teams met totaal zes of acht spelers zijn. Memory kan natuurlijk ook een op een tegen elkaar worden gespeeld.

Als de rondjes klaar liggen en de teams zijn gemaakt kan het spel beginnen. Een iemand van het team of speler die aan de beurt is draait het eerste een rondje om en vervolgens een tweede rondje. Zijn dit dezelfde plaatjes? Dan mag de speler deze houden! Zijn het niet dezelfde plaatjes? Dan legt de speler ze weer ondersteboven op dezelfde plek neer. Een ander team is nu aan de beurt en doet precies hetzelfde als het team dat hiervoor aan de beurt was. Dit word herhaald tot dat alle rondjes op zijn. Het spel is dan afgelopen.

Tel aan het einde van het spel wie de meeste rondjes heeft verzameld. Het team of speler met de meeste rondjes wint het spel!

Speltip

Let goed op waar welke plaatjes liggen als een tegenstander of teamgenoot deze omdraait. Dit vergroot namelijk je kans om twee dezelfde plaatjes te vinden.

Wie ben ik?

De rondjes kan je meerdere keren gebruiken

Geschikt voor 

- 2 spelers

Wat heb je nodig?

- een schaar

- 'Wie ben ik? kaartjes' (zie PDF download onder deze uitleg).

Hoe werkt het? 

Laat de leerlingen eerst alle kleine rondjes die op het op postpakket staan uit. Er zijn in totaal 42 kleine rondjes. Dat betekent dat er 21 sets van twee dezelfde plaatjes zijn. Laat ze vervolgens de kaartjes in het PDF bestand: 'Wie ben ik kaartjes' uitknippen. Deze kan je onder deze uitleg downloaden.

Verdeel de rondjes zo dat beide spelers elk één rondje van een set plaatjes heeft. Dus allebei bijvoorbeeld een plaatje van de uil. Zet tussen beide een paar boeken of een hoog voorwerp zodat ze elkaars rondjes niet kunnen zien.

Elke speler kiest als eerste een kaartje van de stapel 'Wie ben ik?' kaartjes. Laat ze vervolgens ook het rondje met de afbeelding wat overeenkomt op het gekozen kaartje apart leggen. Deze doet niet mee, omdat de tegenstander al dat kaartje heeft gekozen. De rondjes die overgebleven zijn leggen de spelers vervolgens met de afbeelding naar boven en uit het zicht van de tegenstander voor zich neer.

Het spel kan beginnen. Bepaal wie er begint en de speler (speler 1) die mag beginnen stelt de eerste vraag! Een vraag kan bijvoorbeeld zijn of het plaatje van de tegenstander oren heeft. Is het antwoord ja? Dan legt speler 1 de rondjes met daarop een afbeelding zonder oor of oren ondersteboven. Deze doen niet meer mee, want dit is niet het kaartje dat de andere speler heeft gekozen. Vervolgens is de speler 2 aan de beurt. Hij/ zij stelt de volgende vraag en legt vervolgens ook de rondjes met de plaatjes, die niet overeenkomen met het antwoord op de vraag, ondersteboven. Herhaal dit een aantal keer totdat een speler het kaartje van de tegenstander raadt. 

Speltip

Kijk goed naar de afbeeldingen! Zijn er kenmerken die op veel van de aanwezige plaatjes voorkomen? Stel dan hierover een vraag. Als het antwoord nee is zal je al veel rondjes kunnen omdraaien en is de kans om het juiste plaatje te raden des te groter!

Zoekopdracht

De rondjes kan je meerdere keren gebruiken

Geschikt voor 

- minimaal 4 spelers

Wat heb je nodig?

- de uitgeknipte rondjes

Hoe werkt het? 

Iedere speler krijgt een rondje met daarop een plaatje. Zorg dat er steeds twee spelers hetzelfde plaatje hebben. Is er een oneven aantal? Laat dan een leerkracht of ouder mee doen. De spelers gaan nu door het klaslokaal of andere ruimte lopen en mogen elkaar steeds een vraag stellen. De vraag mag alleen met ja of nee worden beantwoord en de spelers mogen niet de naam van het plaatje gebruiken. Als een speler bijvoorbeeld het plaatje van de vos heeft, mag een andere speler het volgende vragen: ben je een dier? Ben je rood? Heb je een lange staart? Maar de speler mag niet vragen of de andere speler een vos is. Elke speler mag steeds maar een vraag aan een andere speler stellen. Daarna moet hij/ zij op zoek naar een volgende speler voor een nieuwe vraag. Als een speler denkt zijn match te hebben gevonden gaat hij weer terug naar de desbetreffende speler en stelt hem of haar een vervolgvraag. Als alle spelers hun match hebben gevonden is het spel afgelopen.

Spel tip!

Onthoud goed aan wie je al een vraag hebt gesteld. Zo voorkom je dat je heel lang op zoek bent naar jouw match!

Teken erop los!

De rondjes kan je één keer gebruiken

Geschikt voor 

- de hele klas of broertjes en zusjes

Wat heb je nodig?

- de uitgeknipte rondjes

- een schaar

- (kleur)potloden en stiften

- A4 papier

- lijm of een PRITT stift

Hoe werkt het? 

Iedereen krijgt een A4tje en plakt, nadat iedereen een rondje heeft gekozen, daar ‘hun’ rondje op. De kinderen kunnen rondom het rondje op het A4 papier verder tekenen of juist een boom of vos zo goed mogelijk natekenen.

Partners

De activiteiten van Stichting Nationale Boomfeestdag worden mede mogelijk gemaakt door: